Huwelijksbetalingen

                                                     Huwelijksbetalingen

Een antropologisch-ethisch onderzoek naar de bruidsprijs op Oost-Sumba.

                                                                         

De Gereja-gereja Reformasi in Oost-Sumba zijn kerken die al vanaf het begin van hun bestaan worstelen met de vraag hoe zij moeten omgaan met traditionele gewoonten als huwelijksbetalingen en voorhuwelijkse samenleving. Dit geldt trouwens ook van de andere kerken in het gebied.

Omdat huwelijksbetalingen een maatschappelijk gegeven zijn wordt in deze studie in de hoofdstukken 2, 3 het terrein van de culturele antropologie betreden. De term huwelijksbetalingen is niet zo gangbaar, maar biedt het voordeel dat ze zowel de bruidsgift als de bruidsprijs omvat. Een bruidsgift wordt door de familie van de bruid aan haar zelf meegegeven. Deze cultuurvorm wordt o.a. gevonden in het Midden-Oosten en in India, en vroeger kwam ze ook in Europa voor. Een variant hiervan is de indirecte bruidsgift. Daarmee wordt bedoeld dat de betaling afkomstig is van de a.s. echtgenoot (of zijn familie), door hem gegeven wordt aan de familie van de bruid, maar ten goede moet komen aan de bruid zelf. Een bruidsprijs is niet voor de bruid bestemd en komt ook niet van de aanstaande echtgenoot. Zijn familie betaalt deze prijs aan de familie van de vrouw. Hierbij is altijd sprake van een tegengave. De cultuurvorm van bruidsprijs vinden we o.a. in Afrika ten zuiden van de Sahara en Indonesië.

Na een algemeen antropologisch overzicht van inzichten en theorieën over huwelijksbetalingen kijken we rond in de genoemde gebieden en onderzoeken vervolgens de cultuur van Oost-Sumba. De belis (bruidsprijs) van Sumba wordt in hoofdstuk 3 beschreven in de context van de lokale samenleving.

Het verschijnsel huwelijksbetalingen komt ook in de Heilige Schrift aan de orde. Met behulp van de in hoofdstuk 2 aangedragen inzichten worden in hoofdstuk 4 de bijbelse gegevens bestudeerd. Hieruit komt naar voren dat deze slechts illustratieve en geen constituerende betekenis kunnen hebben. Maar hoofdstuk 4 gaat ook na wat op grond van de Schrift als normatief voor het huwelijk geldt en daarom van betekenis is voor kwesties die met de bruidsprijs samenhangen. De bijbelse mohar is het beste te typeren als een indirecte bruidsgift.

 

Het antropologische en het exegetische deel van deze studie vormen de opstap naar het derde, doordat ze het inzicht verschaffen dat nodig is om de ethische discussie inzake huwelijksbetalingen te kunnen voeren. Bij de ethische beoordeling in hoofdstuk 5 wordt gelet op de zendings- en kerkgeschiedenis van Sumba en de vraag gesteld of de gereformeerde zending oog heeft gehad voor oplossingen binnen de Sumbanese context. Hierbij ontmoeten we de problematiek van contextualisering en kerstening. Onder contextualisering wordt hier verstaan dat de context van invloed is bij de verkondiging van het evangelie en bij de vorming van de kerk, en onder kerstening de volgende fase, dat de kerk een vormende invloed op de samenleving probeert uit te oefenen.

In hoofdstuk 6 volgen o.a. de volgende aanbevelingen:

- Laat de Sumbanese kerk de bruidsprijs niet verbieden. Met zo’n verbod richt de kerk zich op bijzaken. De gebruiken, die in de Schrift voorkomen, laten een bepaalde richting zien, die gevolgd kan worden. Het jonge paar moet op weg geholpen worden om zelfstandig God te kunnen dienen.

- Laten Sumbanese kerkenraadsbesluiten uit 1984, inzake vereenvoudiging in tijd en kosten bij de huwelijksregelingen, alsnog uitgevoerd worden.

- Laat de Sumbanese kerk het zogenaamde formulier van ‘verbetering van het huwelijk’ afschaffen. Dit is een formulier dat op zichzelf gezien niet anders is dan een schuldbelijdenis voor hen die hebben samengewoond. Maar omdat het als een afzonderlijke vorm van kerkelijke huwelijkssluiting is gaan functioneren, werd onbedoeld de weg van voorhuwelijkse samenleving juist geïnstitutionaliseerd.

Via bespreking van de casus van de belis kunnen ook aan christenen die niet op Oost-Sumba leven handreikingen worden gedaan, o.a:

- in het bepleiten van de kerkelijke bevestiging van het huwelijk,

- in het aanwijzen van het belang van het toegroeien naar een huwelijk en de prioriteit van de geloofseenheid bij de keuze van de partner,

- in het waarschuwen tegen eigenbelang bij de ouders.

 

J.A. Boersema, Huwelijksbetalingen, Een antropologisch-ethisch onderzoek naar de bruidsprijs op Oost-Sumba, (proefschrift T.U. Kampen, Broederweg 15), Boekencentrum 1997.