Behoud is niet voor iedereen. Lucas 13: 23-25

Geschreven door De Webteur Webdesign op .

Het begin van de preek gaat over een voorbeeld waardoor u in paniek zou kunnen raken. Het is het voorbeeld van de nooduitgang, te gebruiken bij brand. Als ik daar iets over zeg moet u het maar niet te diep op u laten inwerken, en u moet zich niet opgesloten voelen in de kerk.

Ik kom op dat voorbeeld door de tekst: strijdt om in te gaan door de enge poort. Ik kan me een situatie voorstellen waarvan ik hoop dat hij zich nooit zal voordoen: er breekt brand uit in de kerk en het gebouw moet ontruimd worden. Het wordt zo’n gedrang om allemaal door die smalle deuren te komen dat er ongelukken gebeuren. Ieder strijdt voor zichzelf. Is dat wat bedoeld wordt in de tekst: strijdt om in te gaan? Zou de Here tot zo iets kunnen oproepen? Tot zo iets onchristelijks? Een ellebogengevecht?
Even terug naar het voorbeeld van de brand, waarvan we hopen dat het nooit zal gebeuren. Maar indien toch dan zou de ontruiming gedisciplineerd moeten gebeuren, rij voor rij, snel en ordelijk. Denk om elkaar.
Zo dadelijk gaan we de tekst verder bekijken en nadenken over de betekenis ervan. Maar ik wil nu al u duidelijk maken dat de strijd die de Here bedoelt niet een gevecht is met andere mensen. Het is niet een gevecht om op tijd door een nauwe doorgang te kunnen, maar het is een strijd om die doorgang te vinden. Als het licht uitvalt in de kerk, zelfs de noodverlichting boven die deuren, hoe onwaarschijnlijk ook: vindt dan maar eens de deur. Dat kost dan heel veel moeite, en dan hoeven er nog niet eens veel mensen in het kerkgebouw te zijn.
Als je in een vliegtuig stapt zeggen ze tegen je: kijk nu eerst eens om je heen waar de nooduitgangen zijn. Die moet je opzoeken wanneer het nog kan. Als er eenmaal een ramp is gebeurd kan het te laat zijn.
We zijn bijna toe aan thema en puntenverdeling: we moeten niet te lang bij het voorbeeld  blijven staan. Want het gaat in de tekst wel over een smalle deur, maar niet over een nooduitgang maar over de ingang in het Koninkrijk der hemelen. Een prachtige deur, al is ze maar smal. De deur naar behoud. Maar behoud is er niet voor iedereen, zo zegt de tekst. Dus deze tekst over die prachtige deur is tegelijk een diepe waarschuwing.

 

Behoud is niet voor iedereen

  • Doe alle moeite om binnen te gaan: maar hoe?
  • Ga binnen via de smalle poort: maar waar?  

1. Behoud is niet voor iedereen. Dat hebt u uit de tekst wel begrepen. Maar waarom spreekt de Here Jezus hierover?. De aanleiding is de vraag van iemand die zo luidde: Heer, zijn het weinigen die behouden worden? En hij verwacht als antwoord te krijgen dat het er niet veel zijn. En dat had hij zelf ook al gedacht. Want wie de Here Jezus volgde op zijn reis naar Jeruzalem, merkte dat het aantal echte getrouwen maar heel klein was. Eerder waren 72 leerlingen al de steden en dorpen doorgetrokken, en nu de Here zelf. Maar het resultaat is niet geweldig groot. Dat zag je aan het aantal volgelingen. Je merkte het ook aan het verzet dat telkens weer de kop opstak. We hebben daarover iets gelezen in de vorige verzen. Dat vond al eerder op de reis naar Jeruzalem plaats.
In de synagoge geneest de Here op sabbat een vrouw die al lang ziek was. Ze was helemaal kromgetrokken. Rechtop lopen kon ze niet, vooruit kijken al evenmin. Het is door een boze geest gekomen, die deze zwakheid over haar had gebracht. Dus niet alleen zogenaamde geesteszieken kunnen door boze geesten beïnvloed zijn, maar andere zieken ook. Dat is iets om over na te denken: geen enkele ziekte is gewoon. Alles is een gevolg van de zondeval van de mensen en de invloed van boze geesten. Maar je moet ook met elke ziekte naar de dokter gaan, en vooral: je moet voor elke ziekte de Here vragen om genezing.
In dit geval grijpt de Here zelf in: de vrouw vraagt het niet eens. En als er kritiek komt van de kant van de overste van de synagoge vanwege het tijdstip van de genezing, het was een sabbat, geeft de Here een prachtig antwoord. Iedereen maakt op de sabbat zijn eigen koe of ezel los van de voerbak om het naar de drinkbak te leiden en water te geven. Zo heeft de Here Jezus de banden losgemaakt van de ziekte van deze vrouw: de banden waardoor satan haar gebonden had. En de Here Jezus mag dat doen want Hij is de eigenaar van deze vrouw: zij is een dochter van Abraham en de Here Jezus komt voor het hele volk van Abraham. Daar is Hij de Verlosser, de Messias van.
En als Hij dat gezegd heeft schamen zijn tegenstanders zich, tegen zoveel wijsheid kunnen zij niet op. Maar een echte bekering is het toch ook weer niet.
De Heiland weet wat er aan schort. Voor hen komt het Koninkrijk der hemelen veel te gewoon. Ondanks de genezingen. Zij willen de zoon van de timmerman niet aanvaarden als de Zoon van God, de Galileeër niet als Redder der wereld. En daarom vertelt Hij de twee gelijkenissen die duidelijk maken dat het Koninkrijk van God klein en verborgen begint. Als een mosterdzaad, dat vervolgens een grote boom wordt die bescherming biedt aan veel schepselen. En als een beetje zuurdeeg gist, dat verborgen wordt in het meel en dan het meel doet rijzen. Je moet als christen vaak kiezen voor het onopvallende en het onaanzienlijke.
De man die de vraag stelt of weinig mensen behouden worden heeft dit allemaal misschien niet gehoord, want het was eerder op de reis. Maar zijn vraag sluit wel aan op wat Lucas eerder heeft geschreven over de Here Jezus. Dus in het verhaal loopt het door.
De man denkt dat het er niet veel zullen zijn, en we weten niet of hij het erg vindt of niet. Of hij een serieuze vraag stelt of een beetje uitdagend is tegenover de Here Jezus. Maar het antwoord van de Here is duidelijk: niet iedereen wordt behouden.
Als u nu eenzelfde vraag hebt, wat bedoelt u dan? Bedoelt u: Here Jezus, blijft het zo als het nu lijkt te gaan, dat de gelovigen steeds minder in aantal worden, tenminste in Nederland. Of komt er nog weer een betere tijd? Maar misschien bedoelt u ook wel: Here, ik zie maar weinig mensen trouw de Here dienen en naar de kerk gaan, maar is daarmee alles gezegd? Worden nog veel meer mensen behouden? Ook zij die christen zijn in het verborgen? Of de mensen van een andere godsdienst? Dat zou natuurlijk ook achter uw vraag kunnen zitten.
Wat voor antwoord krijgen wij dan van de Here? Dat we niet moet filosoferen over het aantal, en dat we niet in paniek moeten raken omdat alles slechter wordt. Maar ook dat we niet moeten leven in valse gerustheid, omdat we voor onszelf echt de goede strijd moeten voeren. De strijd om in te gaan.
Maar uit de voorbeelden van straks hebt u al wel begrepen dat het niet om een ellebogengevecht gaat. Maar ieder moet zijn best doen om de poort te vinden en ook werkelijk daar binnengaan. Daar moet je elke moeite voor doen. En als je dan let op wat eerder geschreven staat dan besef je: zoveel mensen zijn niet binnengegaan omdat het Koninkrijk te onopvallend voor hen was. Er zijn er inderdaad ook die niet binnengegaan zijn omdat het te moeilijk was. Maar veel meer omdat ze het Koninkrijk over het hoofd hebben gezien.  
Je moet je leven lang blijven zoeken: ook als je al kerklid bent. Net als de kinderen van Abraham toen: ze moesten blijven zoeken en niet denken dat ze er al waren.
Maar als het Koninkrijk met inspanning gezocht moet worden, omdat het onopvallend is, betekent dit misschien dat het niet daar is waar in de kerk alles voor het oog heel goed gaat. Het gaat er om dat de Kerk echt de boodschap van het Koninkrijk uitdraagt.
Ook vandaag zijn veel christenen op zoek naar wonderen. Toch kun je dan het echte Koninkrijk over het hoofd zien. In Jezus’ tijd gebeurden er wonderen: Hij deed ze, en men vond het niet genoeg.Je moet blijven zoeken.
In Mattheus 7 wordt gesproken over een poort en een weg: je bent er niet met een enkele goede keus. Je moet de weg blijven volgen. De poort is nauw: je gaat er alleen door. Je mag niet met de massa meegaan. Je moet zelf je keuze maken. Anderen kunnen je helpen en de weg wijzen, maar binnnengaan moet je zelf doen. Je moet je bekeren tot God, zijn wil doen en vergeving vragen in Jezus’ naam.
Zoeken, en daarbij hoort: vinden. Zo staat het ook in Mattheus 7. Het is dus niet zo dat je aan het einde van een lange, gevaarlijke weg, vlak voor de hemel, nog kunt vastlopen. Het is niet zo dat alles onzeker blijft en pas aan het einde de uitkomst zichtbaar wordt. Angst hoeft er niet te zijn, als je nu maar ingaat.
En er is maar één goede weg. Omdat er maar één God is die de mensen heeft gemaakt. Dat is ook de God die door de mensen is verworpen, maar uit liefde voor de mensen heeft Hij zijn Zoon gezonden. Die ene weg is de weg van Jezus. En daarmee zijn we bij het tweede punt.2.

2. Ga binnen via de smalle poort: maar waar? Bij de Here Jezus. Hij is zelf de smalle poort. Wie Hem gevonden heeft heeft de poort gevonden waarlangs hij kan binnengaan. Ik ben de weg de waarheid en het leven, heeft de Heiland gezegd (Joh.11). En op een andere plaats: Ik ben de deur van de schapen (Joh. 10).
Wie de Here Jezus heeft gevonden is binnen!
Hoe moeten we nu dat angstaanjagende woord verstaan: velen zullen trachten in te gaan maar het niet kunnen. Gaat dat over mensen die wel willen geloven maar het niet goed genoeg doen en dan op het laatst toch afgewezen worden. Zo heeft Paulus er wel eens over geschreven, dat hij hoopt dat hij niet, na anderen de weg gewezen te hebben, zelf afgewezen zal worden (1 Kor. 9). Zeker moet ieder zichzelf de vraag stellen of zijn geloof wel echt is. Maar toch is dit woord van de Here Jezus niet bedoeld om ons onzeker te maken.
Wanneer zullen mensen trachten binnen te gaan maar het niet kunnen? Dat gaat niet over nu, en niet over mensen die proberen te geloven maar het niet voor elkaar krijgen. Dat gaat over mensen die willen binnengaan als het te laat is. Als de dag van het oordeel al is gekomen. Als de bruiloft van Christus al is begonnen, als de beslissingen al gevallen zijn. U zult niet meer kunnen binnengaan vanaf het ogenblik dat de eigenaar is opgestaan en de deur gesloten heeft, vanaf het ogenblik dat u merkte buiten te staan en nog wel op de deur ging bonzen, maar merkte dat het te laat was: de deur was al gesloten, het feest was al begonnen. En daar buiten merk je ook dat dit het feest is dat God heeft beloofd: Abraham, Izaak, Jakob zijn er bij, en veel profeten van later dagen: God heeft aangenomen in zijn hemelse vreugde hen, die Hij tevoren al aangenomen had als zijn kinderen en erfgenamen. Aan hen had Hij zich verbonden  met woord en sacrament: de besnijdenis was een teken van een eeuwig verbond. Dus de oproep van de Here is: zoek Mij zolang ik te vinden ben, roep me aan zolang ik nabij ben Jes. 55). En dat geldt nu in het bijzonder voor de Here Jezus: Gods Zoon, op aarde gekomen om mensen te verlossen door hun zonden te verzoenen.
Spreek je met Katholieken dan zul je niet zo gauw horen dat ze er zeker van zijn in de hemel te komen als de protestanten. Dat is omdat zij behalve het werk van Christus ook heel sterk vasthouden aan hun eigen werken: voldoen wij voor de Here God?  Dat kan alleen God beoordelen. We moeten ons maar geen oordeel aanmatigen.
Maar als protestanten wel over zekerheid over spreken wil dat niet zeggen dat zij zich beter voelen dan de andere mensen, maar dat voor hen de enige grond van redding het offer van de Here Jezus is. Als je Hem gevonden hebt hoef je niet te twijfelen.
Dan is de volgende vraag natuurlijk: maar hoe weet je zeker dat je Hem gevonden hebt? Uit de Bijbel kun je wel weten wie de Here Jezus is, dat is misschien niet zo moeilijk. Maar Hem vinden wil toch zeggen dat je Hem aangenomen hebt als jouw Heiland. En om dat te zeggen terwijl er nog zoveel in je leven is dat niet klopt met de liefde van de Here Jezus voor jou! Al iemand zegt dat hij de ware liefde heeft gevonden houdt dat toch echt in dat hij zijn hart aan haar of hem gegeven heeft. Hebben wij dat met Christus gedaan?
Niet ieder wordt behouden. Wel heel veel mensen, zegt de Here God: ze komen van Oost en West, en Noord en Zuid. Maar kinderen van Abraham, zoals de Joden die naar Hem luisteren, kunnen straks blijken buitengeworpen te zijn. En kinderen van het verbond van nu, gedoopt en al, kerklid en al.
Kinderen van Abraham, kinderen van het verbond: de zieke vrouw was er een: daarom was Christus haar eigenaar en genas haar. Ze heet niet kind van Abraham omdat haar geloof zo sterk was. De Here zocht haar op zonder een vraag van haar kant. Als kinderen van Abraham, kinderen van het verbond: zo is God met u begonnen en zo moet u de zoektocht naar de Here Jezus beginnen. U hebt al zoveel gekregen. Gods liefde is aan u geopenbaard. U hoeft die alleen maar aan te nemen door schuld te belijden en Christus te volgen.     
Wat maakt het moeilijk de Here te vinden?
Denk nog eens aan het voorbeeld van de nooduitgang. Dat licht erboven blijft schijnen, ook als de stroom uitvalt. Behalve als je het stuk zou gooien. Gods Woord blijft in deze duistere wereld licht verspreiden. Behalve als je het stuk maakt door te zeggen dat het niet Gods Woord is maar door mensen bedacht.
Het zal ook moeilijk zijn het licht te zien als de kerk vol rook is. Zo kan het licht van Gods Woord verduisterd worden door de rookwalm van de zonde.
Wat maakt het moeilijk de Here te vinden: Ontkrachting en verwerping van de Bijbel. En zonde die hoog oplaait.
Neem de Bijbel aan. En als je dat soms moeilijk valt dan moet je het toch doen, en bidden om hulp. En goede boeken erover lezen. Dan merk je dat de Bijbel je niet bedriegt, zoals mensen soms zeggen.
En je moet je verrre houden van de zonden en vergeving vragen voor wat je fout deed. Voor bewuste zonden, voor zonden die een verslaving geworden zijn, voor onbewust gedane zonden.
En dan kun je binnengaan. De poort is smal, maar voor ieder breed genoeg. Je gaat niet met een massa tegelijk naar binnen. Je moet zelf kiezen.
Zoekt de Here, want Hij laat zich vinden.Amen